Geschiedenis onderwijs Molenbeersel

KORTE GESCHIEDENIS VAN HET ONDERWIJS TE MOLENBEERSEL

  

Vinderbakhuis

In vroegere jaren, toen Molenbeersel nog geen zelfstandige gemeente was, moesten de kinderen voor onderricht naar de naburige dorpen Stramproy, Neeritter of Hunsel.

Het gebeurde dat iemand een kamer of bakhuis beschikbaar stelde als klaslokaal. Zo werd er te  Molenbeersel voor het eerst onderwijs gegeven in het bakhuis van de hoeve “Venderhof”, het z.g.”Vinderbakhuis”. Hier gaf zekere Thomas Dehing (°/1786, Neeritter en +/1858, Molenbeersel) les in lezen, schrijven en rekenen.

Vinderbakhuis

Eerste school

Op 26 november 1835 werd door de gemeenteraad van Neeritter, waartoe o.a. de kinderen van het gehucht Beersel behoorden, een verzoekschrift gestuurd naar de hogere overheid, om subsidie te bekomen, voor het bouwen van een gemeenteschool aldaar. Het gebouw, dat later ook nog zou dienen als kapelanij, werd in de jaren 1837 en 1838 voltooid. Op 6 december 1838 werd hier een zekere Hendrik Raemaekers, (°/ 19 juni 1817, Gerdingen en +/17 juni, 1891, Molenbeersel) als eerste onderwijzer aangesteld. Op 29 juli 1874, werd Jan Swennen, (°/22 aug. 1854, Neeroeteren en +/5 maart 1914, Molenbeersel) eerst als hulponderwijzer, en vervolgens als hoofdonderwijzer aangesteld.

Jan Swennen 

Oude kerk

Toen deze school te klein was geworden, en niet meer voldeed aan de behoefte van het onderwijs op dat ogenblik, deed men op 6 april 1867 een aanvraag om het gebouw van de “oude kerk” , gelegen die in de wijk “Oud Kevelaer”, om te bouwen tot nieuw schoolgebouw met twee klaslokalen, en de aangrenzende oude pastorie tot woning voor de hoofdonderwijzer.  De onderwijzerswoning werd in 1868 reeds in gebruik genomen, terwijl de school pas na veel meningsverschil en discussie , in 1874 tot stand kwam.  

Twee scholen

Tijdens een liberale regering (1878 – 1884) werd er op 21 januari 1879, een onderwijswet  uitgevaardigd, die het godsdienstonderricht verbood in het leerprogramma van alle openbare scholen, de z.g. “ongelukswet”. Gelijk in vele andere gemeenten, werd ook te Molenbeersel het besluit genomen tot oprichting van een nieuwe “vrije” ( katholieke) school.  Hiervoor werd in de woning van A. Sprankenis,  tijdelijk een noodklas ingericht, tot dat een nieuwe school in de Smeetsstraat, was gebouwd. Het initiatief ging uit van de toenmalige pastoor, E.H. A. Roovers en de bouwkosten werden gedragen door de plaatselijke bevolking. Zekere Renier Tijskens (° 14 sept. 1831, Kinroy en + 25 april 1928, Molenbeersel) werd hier als onderwijzer aangesteld.

Praktisch alle ouders stuurden hun kinderen naar deze katholieke school, zodat de klas van meester Tijskens in de Smeetsstraat wel 120 leerlingen telde; terwijl deze van meester Swennen in Oud Kevelaer, slechts beperkt bleef bij tot zevental. Deze laatste waren uitsluitend kinderen van de plaatselijke douanen, die verplicht werden om hun kinderen naar de gemeenteschool te sturen.  

Toen de bewuste wet in 1884 werd afgeschaft, was er opnieuw mogelijkheid om de kinderen beter te verdelen. In 1895 werden de twee scholen van de meesters Swennen en Tijskens  samengevoegd, en ondergebracht in de twee lokalen van de school in de Oude Kerkstraat.

 Meisjesschool

Maar de klassen van de twee onderwijzers met elk meer dan 60 leerlingen, bleven overbevolkt. De noodzaak tot oprichting van een aparte meisjesschool drong zich op.

Door toedoen van de toenmalige pastoor, E.H. W. Prinssen, kwamen er zusters naar Molenbeersel, om onderricht te komen geven aan de meisjes. Het waren zusters van de congregatie van het Heilig Hart van Maria uit Hannut.

Tijdens de jaren 1897-1899 hadden ze hiervoor een klooster laten bouwen met bijhorende klaslokalen voor een meisjesschool. Op maandag 15 november 1899 werd de school opengesteld, met een kleuterklas bij zuster Françoise (Sophie van Asten) een eerste graadsklas bij zuster Lucie (Anna Latour) tevens schoolhoofd, en een tweede graadsklas bij zuster Louise (Henriette Paters).

Voortaan gingen jongens en  meisjes naar een aparte jongens- en meisjesschool, en dit zou zo blijven tot in 1975, toen de beide scholen wederom werden samengevoegd onder één directie, en het gemengd karakter weer werd ingevoerd. 

 School a/d Smeetsstraat:

Door de voortdurende aangroei van de schoolbevolking, had men in Oud Kevelaer, in de jaren twintig reeds twee noodlokalen moeten inrichten in de nabije gelegen woningen. Bij gebrek aan uitbreidingsmogelijkheid en ook om de verouderde toestand van het schoolgebouw, ging men over tot de bouw van een geheel nieuwe school, op een andere locatie aan de Smeetsstraat..

 In 1930 opende men deze nieuwe jongensschool, met aanvankelijk vier lokalen. Een eerste uitbreiding met een vijfde klaslokaal gebeurde reeds in 1937. Sindsdien is deze school in de loop der jaren nog meerdere keren vergroot en verbouwd.

Op dit moment bouwen we een nieuwe school voor onze kleuters in de Kleine Scheurestraat. Het gebouw voorziet plaats voor 7 kleuterklassen, 2 polyvalente zaaltjes, een afgesloten binnen zandbak en een toiletgroep.

Ook de administratie, het druklokaal, een ontvangstruimte en een lerarenlokaal is voorzien.

Hierbij enkele foto’s zoals we denken dat het gebouw er op het einde zal uitzien.

 

Zicht op het schoolgebouw wanneer je bij het standbeeld van meester Creemers staat.

 

Zicht op het gebouw vanaf de huidige speelplaats.

 

Zicht op gebouw vanaf achterkant parochiezaal.